Regels
Spelregels & puntentelling.
Zo spelen we het — thuis, op de speelavond en op het NK.
Het potje
- Een team = 2 spelers; op het NK speel je altijd 2 tegen 2, ieder team 6 schijven per ronde.
- Om de beurt flick je een schijf vanaf je eigen startlijn. Eén knipbeweging — duwen mag niet.
- Vrij schot: ligt er geen schijf van de tegenstander op het bord, dan moet je schijf in de binnenste cirkel (15-ring) landen of een toat scoren.
- Raak-regel: ligt er wél een schijf van de tegenstander, dan moet je die raken. Mis je? Dan gaat je eigen schijf de sloot in.
- Alle schijven gespeeld? Punten tellen: wat op het bord ligt plus de toats. Op een grenslijn telt de laagste waarde.
De punten
| Zone | Punten |
|---|---|
| Toat (centrale gat) | 20 |
| Binnen de 8 pinnen | 15 |
| Middenring | 10 |
| Buitenring | 5 |
Toats gaan van het bord en tellen aan het eind altijd mee. Twintigers worden apart bijgehouden — die zijn de eerste tiebreaker op het NK.
Toernooiregels NK
- Poules van 4 teams; elke poule heeft een eigen tafel. Je speelt tegen elk team in je poule.
- Een wedstrijd bestaat uit 4 potjes. Per potje: winst = 2 punten, gelijk = 1 punt, verlies = 0. Je kunt dus 8-0 winnen, 4-4 gelijkspelen — alles ertussen.
- Na de poulefase volgt de knock-out tot en met de finale.
Gelijke stand in de poule?
- 1Aantal wedstrijdpunten
- 2Aantal twintigers (toats)
- 3Onderling resultaat
- 4Shoot-out
Officiële NCA-spelregels Volledig reglement
Deze regels zijn goedgekeurd door de National Crokinole Association en worden gebruikt bij alle NCA Tour-evenementen — en dus ook op het NK.
1 · Voorbereiding
- De aanvangsvolgorde van spelen, de kleur van de schijven en de zitpositie van een speler of team worden bepaald door loting of door de organisator(en) van een club of toernooi.
2 · Speelwijze
- Elke speler probeert om de beurt, met de klok mee rond het bord, een geldig schot te maken.
- Na elke beurt worden gescoorde 20's verwijderd en in een voor alle spelers zichtbaar aangewezen gebied geplaatst, waar ze tot het einde van de ronde blijven.
- Aan het einde van de ronde wordt de score op het bord samen met de 20's geteld, voordat er schijven verplaatst mogen worden.
- De speler of het team met de hoogste score krijgt 2 punten. Bij een gelijke stand krijgt elke speler of elk team 1 punt.
- Een spel bestaat uit 4 rondes. Het aantal spellen in een wedstrijd wordt bepaald door het toernooireglement.
3 · Geldig schot
- Als er schijven van de tegenstander in het spel zijn, moet ten minste één schijf van de schutter een schijf van de tegenstander raken — direct, of door een eigen schijf die al in het spel is tegen een schijf van de tegenstander te stoten.
- Als er geen schijven van de tegenstander in het spel zijn, moet de geschoten schijf (of ten minste één geraakte schijf) eindigen rakend aan of binnen de 15-lijn: de verstopregel. Een 20 telt als binnen de 15-lijn.
- Wordt er geen geldig schot gemaakt, dan worden de geschoten schijf en alle geraakte schijven — inclusief gescoorde 20's — verwijderd en tellen ze niet mee.
4 · Enkelspel
- Tegenstanders zitten aan weerszijden van het bord en hebben elk een andere kleur schijven. Spelers beginnen elk met 8 schijven en spelen om de beurt.
- In elke ronde en in elk volgend spel wisselen de spelers af wie begint.
- Een enkelspeler mag tijdens het spel niet worden gecoacht.
5 · Dubbelspel
- Partners zitten aan weerszijden van het bord en spelen met dezelfde kleur schijven. Spelers beginnen elk met 6 schijven.
- In elke volgende ronde schuift de verplichting om te beginnen één speler op, met de klok mee. Tussen spellen wisselen de teams af wie begint.
- Een dubbelspeler mag tijdens het spel alleen door zijn partner worden gecoacht.
6 · Puntentelling
- Het middengat telt voor 20, het gebied eromheen voor 15, het volgende gebied (buiten de pinnen) voor 10 en het buitenste gebied voor 5.
- Een schijf scoort de laagste waarde van elk gebied dat hij raakt; raakt hij een lijn, dan telt de laagste waarde van de twee aangrenzende gebieden.
- Om 20 te scoren moet een schijf volledig en plat in het middengat liggen.
- Bepalend bij lijn-twijfel is of de onderrand van de schijf zich boven enig deel van de lijn bevindt — niet hoe het er van bovenaf uitziet.
7 · Schieten
- Tijdens de beurt van een tegenstander mag je het bord of de tafel niet aanraken, geen schijf klaarleggen en niet afleiden met geluid of beweging.
- Tijdens een schot mogen alleen je schiethand, pols en onderarm het bord of de tafel raken.
- Wacht tot alle schijven van de vorige beurt stilliggen voordat je schiet.
- Een schijf start plat en stilliggend, rakend aan de buitenste grenslijn van je eigen kwadrant (of aan grenslijn én kwadrant-scheidingslijn).
- Een schijf wordt met één of meer vingers aangestoten; hulpmiddelen zoals vingerbeschermers zijn niet toegestaan.
- Opzettelijk of overmatig schudden van het bord is niet toegestaan.
- Zodra de schijf je vinger verlaat, telt het schot als gedaan.
- Bord en stoelen blijven staan tijdens het spel; tijdens je schot houdt je achterwerk contact met de stoel, staan alle stoelpoten op de grond en raken alleen je voeten de vloer.
8 · Overig
- Korrelvormige shuffleboard-wax ligt in de goot; spelers wrijven hun schijf erin vóór het schieten. Alleen toernooiofficials mogen wax op het speeloppervlak aanbrengen. Andere glijmiddelen zijn verboden.
- Loopt de tijd af in een wedstrijd met tijdslimiet, dan wordt zo nodig één extra schot toegestaan om het aantal schoten gelijk te trekken.
- Raakt of overschrijdt een schijf de buitenste grenslijn, dan is hij uit het spel en gaat hij de goot in tot het einde van de ronde.
- Draaischijfregel: keert zo'n schijf op eigen kracht terug binnen de lijn zonder iets anders geraakt te hebben, dan is hij nog in het spel.
- Schade-blijft-regel: komt een schijf via de achterwand of uitgespeelde schijven terug op het bord, dan is hij zelf uit het spel, maar blijven verschoven schijven liggen en tellen gescoorde 20's.
Bron: traceyboards.com/nca-rules · Met plaatjes en context ook na te lezen bij NL-Crokinole.
CROKI.NL